Het is alweer een paar weken geleden dat de jaarlijkse hoogmis in Essen plaatsvond. E-world geeft zeker de mogelijkheid om dagenlang gesprekken te voeren en als je goed kijkt ook enkele tendensen aan te horen.
Wat zeker opvalt, is de verwachte enorme toevloed van geld naar onze sector de komende jaren. De vraag is wel wie en hoe dit geld zijn weg gaat vinden. Overheden krijgen het stilaan toch wat benauwd van de vele objectieven(lees: uitdagingen) waar we voor staan.
Dat er vele honderden miljarden onder de grond verdwijnen met de uitbreiding van allerlei netwerken, vergt al het uiterste van de netwerkbedrijven en zorgt ook voor een explosie aan stijgingen in het netwerktarief. Gezien de gereguleerde inkomsten van deze natuurlijke monopolies is de financiering haalbaar. De financiële sector houdt nu eenmaal van voorspelbare kasstromen in zijn risicobeoordeling.
Je ziet ook een verschuiving door commerciële bedrijven, zoals bijvoorbeeld Engie, die recent nog een netwerkbedrijf in Engeland heeft overgenomen. Het staat ook transparant in hun strategie dat ze streven naar een hoger gedeelte aan voorspelbare inkomsten.
Men kan dit ook zien als een vlucht uit de huidige markt, die steeds moeilijker voorspelbaar is en waar de risico’s groter worden. Het bouwen van windmolenparken was eens gesubsidieerd, maar die geldkraan dreigde zelfs helemaal dicht te gaan. De recente terugkeer van overheden om toch enige ondersteuning te bieden via zogenaamde CFD’s (contract for difference) is zeker nog geen terugkeer naar het voormalige systeem van feed-in-tarieven of subsidie per geproduceerde MWh.
De ondersteuning voor nieuwe windconcessies op zee via CFD mag dan al helpen, het is verre van zeker dat dit voldoende gaat zijn om het vliegwiel van investeringen op snelheid te krijgen. Voor bedrijven is het rendement in een aantal gevallen nog steeds te laag en het plafonneren van rendementen neemt ook de potentiële meerwaarde weg in de toekomst.
Er zullen zeker nog wel bijvoorbeeld pensioenfondsen geïnteresseerd zijn in investeren in windparken als deze een rendement hebben van 6 tot 8%, maar voor commerciële bedrijven is dat gewoon te laag om de financieringskost in te verwerken. Als je een langetermijnlening vandaag aangaat, zal de interestkost toch rond de 5% bedragen en dat betekent voor de meeste ontwikkelaars gewoon een te laag resterend rendement.
Blijft nog een andere olifant in de porseleinen kast, zijnde het aantal negatieve uren dat zal blijven toenemen als je steeds meer zon en wind op het net brengt. Systeemintegratie mag dan bij velen al een bekend begrip worden, de implementatie ervan gaat toch maar met mondjesmaat. Wind op zee bouwen zonder flankerende oplossingen die je flexibiliteit geven zal in de toekomst weinig zinvol zijn.
Zonder grootschalige opslag die zowel op de dag zelf als op lange termijn beschikbaar is, zijn de ambities van nog eens honderden extra GW productie op zee en land totaal onrealistisch. Hierin bieden puur financiële investeerders geen oplossing, aangezien ze op dag basis de productie niet gaan opereren. Hopen op energiebedrijven die voldoende beschikbaar gaan zijn om lange termijn tolling overeenkomsten te tekenen is een serieuze gok en dus niet voldoende voor een stabiele en efficiënte energiehuishouding.
Dan spreken we nog niet over de explosie van datacenters die zowat dagelijks Eureka-kraaien door de toevloed van klanten die rekencapaciteit nodig hebben. Er zullen ongetwijfeld grote efficiëntievoordelen zijn bij de inzet van AI in onze economie, maar men mag zich de vraag stellen: waar is de ambitie gebleven om minder energie te gaan verbruiken?
Enkele jaren geleden was er brede consensus dat het grootste potentieel lag in minder verbruiken; tot wel 40% werd dit ingeschat. Die ambitie verdwijnt momenteel op de achtergrond, want Wall Street duldt geen tegenspraak als het aankomt op de groeimachine maximaal laten draaien. De gigantische investeringen in chips, machines en rekenkracht staan vandaag haaks op het voornemen om ons klimaat te beschermen en dus onze leefomgeving. Je ziet de dollartekens in de ogen van chipfabrikanten die bij de kwartaalcijfers nog sterkere groei beloven.